'Zodra hij stilstaat begint hij te rennen'


Bespreking van 'Een omgekeerde wereld' van Jacobus Bos

Misschien hoef je niet eens in een omgekeerde wereld te leven om te beseffen dat je altijd gaat rennen op het moment dat je stilstaat. Misschien dat dat wel een van de grootste angsten van de mens is: stilstaan, omdat je weet dat je dan gaat voelen dat je nauwelijks te stoppen bent. Tegelijkertijd kun je een groot verlangen voelen om in het voortrazende leven even stil te staan. Wie poëzie schrijft, haalt in dit stilstaan halsbrekende toeren uit. Jacobus Bos laat zien hoe je dan in Een omgekeerde wereld, zoals zijn nieuwe bundel heet, terecht kunt komen. Dat is de plek waar je tussen twee levens kunt belanden, zonder jezelf, waar na je ontmanteling gelukkig ‘geen wolharige neushoorns hier’ zijn, waar je weliswaar een stille reis kunt beginnen, maar tegelijkertijd aan je zeewaardigheid kunt twijfelen.

 

In deze goudmijn van verlorenheid

 

Het verlangen om lucht te worden

zonder enig besef van leven

overweldigt hem geregeld.

 

Windstilte zonder mannen in sloepen

die uit alle macht roeiend proberen

hun schip in beweging te krijgen.

 

Bevroren in de zwarte spiegel van de zee

die in de hitte van het zonlicht verdampt

alsof er onvermoeide krachten schuilen

 

in dit schitterend schaduwrijke niets

waar alleen de stilte soms beweegt.

Alsof er tersluiks nog wordt geademd.

 

Wie is de mens nog na zijn ontmanteling? En wat is ontmanteling? Een mens kan zijn mantel uit doen, of zich ontdoen van het belangrijkste, zichzelf onschadelijk maken, of misschien wat minder ‘man’ worden, of zelfs sterven? In het derde gedicht van deze afdeling ‘Na zijn ontmanteling’ begint een ‘hij’ aan zijn stille reis. Hij blaast zijn opblaasboot op en laat zich van de grazige oever de rivier in glijden. Het grazige doet denken aan de ‘grazige weiden’ waarlangs God de mens leidt in een psalm van David, en de rivier doet denken aan de Styx, maar hier neemt het water bezit van hem, terwijl het sterren uit de hemel regent.

 

Het is niet duidelijk waar de mens na zijn ontmanteling zal zijn. In een van de volgende gedichten is hij misschien op de plek ‘waar de aarde haar adem inhield’: ‘in dit eenzame rijk van rotsen en sneeuw / waar zon en schaduw boksers zijn’. Pas als er staat dat zon en schaduw hier boksers zijn, besef je dat dat niet overal zo hoeft te zijn, dat zij niet op iedere plek met elkaar in strijd hoeven te zijn en ook naast elkaar zouden kunnen bestaan. Misschien heb je daarvoor toch een omgekeerde wereld nodig.

 

Een omgekeerde wereld is weemoedig en de bundel herbergt schatten, zoals:

 

Soms liet de vergetelheid iets glippen

dat hem aan zijn jeugd deed denken

toen hij onder schepen door de rivier

 

over zwom van de ene kant naar de andere

waar het water hem druipend liet gaan.

 

Niet alleen is zo mooi dat Bos iets uit de vergetelheid kan laten glippen, maar ook hoe hij de blik van de lezer de rivier van wit laat overzwemmen naar de volgende regel. Prachtig is het gedicht met de paradoxale titel ‘Bij gebrek aan afwezigheid (1)’, waarbij iemand de duik van een zeemeeuw nadeed. In de derde strofe staat ‘Hoewel hij niet aan de zee wilde denken / dacht hij aan niets anders dan de zee.’ Daar voel je het gebrek aan afwezigheid. Bij zulke gedachten wil je nog even wat langer stilstaan. Ook ‘Bij gebrek aan afwezigheid (2)’ is van een ontroerende schoonheid:

 

Landschap vol ruimte en verte en licht

onder een hemel verschoond van regen.

De weg belooft naar zee te leiden

maar geeft geen enkele aanwijzing

 

over de afstand en duur van de reis.

En of een kogelvrij vest nodig is.

Intussen vergeet de winter zijn sneeuw

en blijft het ijs het water dat het is.

 

In zijn huis verblijven dode mensen

die er niet zijn als hij er niet is.

Hij ziet ze in de spiegel van het duister.

Als hij thuiskomt of zijn huis verlaat.

 

Dit gedicht gaat net als bijna alle gedichten in deze bundel over het bijzondere waarin het universele zich manifesteert. Juist dat is wat zo raakt, omdat dan de dichter en de lezer elkaar rakelings passeren: als ze beiden net beginnen te rennen op het moment dat ze stilstaan.

 

Dietske Geerlings

 

 

Jacobus Bos – Een omgekeerde wereld. Eigen beheer. 76 blz. €19,95.