‘maar de kunst was bijna achteloos naar een laatste punt toe te schrijven’


Bespreking van 'Zien wat van gisteren overbleef' van Koos Meinderts


Als je het fraai vormgegeven Zien wat van gisteren overbleef van Koos Meinderts leest, dan lees je voor je gevoel eigenlijk meerdere boeken tegelijk, door elkaar heen en toch onlosmakelijk met elkaar verbonden, net als de grillige wegen op het omslag, waarvan je niet zeker weet of ze elkaar uiteindelijk allemaal raken. Het boek gaat over Jaap Hegge, schrijver van de populaire kinderboekenserie Monkel & Glop, die op een dag een heel andere weg inslaat en een boek gaat schrijven over zijn ouders, Joop en Dora, een boek waarmee hij al jaren rondloopt. Zo lees je over Jaap Hegge, maar ook over Joop en Dora, en tegelijkertijd vraag je je af of je niet tegelijkertijd een beetje familiegeschiedenis van Meinderts zelf leest, omdat hij in november 2015 op zijn website in zijn schrijfblok schrijft over een levensverhaal van zijn moeder, opgetekend door haar kinderen, ‘in het boekje Zien wat van gisteren overbleef.’ Het boek is als een kledingstuk met meerdere lagen, waarbij het geheel veel meer is dan de som van de delen.

 

Het verhaal werpt een licht op de pijnlijke kanten van het schrijverschap. Hegge is goed in het schrijven van kinderboeken. Dat is wat de buitenwereld ziet, omdat er een eindeloze stroom aan delen van Monkel & Glop is verschenen en er inmiddels ook sleutelhangers, pluche poppen – made in China -, kleurplaten en boekenleggers van deze populaire serie zijn gefabriceerd. De vraag is in hoeverre commercieel succes iets zegt over de kwaliteit. Hegge had het kinderboek aanvankelijk ‘Vark en Kuik’ willen noemen, omdat zijn zoon van drie in de veronderstelling verkeerde dat ‘varken’ meervoud was en dat ‘vark’ dus enkelvoud was. Hegge had daar met diezelfde kinderlogica ‘kuik’ bij verzonnen. De uitgever, Alex, had zijn twijfels. Een varken lag misschien wat minder in de markt. De uitgever sprak het niet zo uit, maar Hegge ging overstag. De kinderserie werd een formule, waar hij zelf steeds minder plezier in kreeg.

 

De situatie is niet zo eenvoudig. Er is sprake van een ingewikkeld spel van loyaliteit en manipulatie. Hegge kan er immers goed van leven: ‘Inmiddels woonde ik in een pand op stand, stemde ik GroenLinks, at ik vegetarisch, maar nog wel vis, en maakte ik om mijn geweten het zwijgen op te leggen zo nu en dan wat geld over naar makkelijk te onthouden bankrekeningnummers van goede doelen, als een moderne aflaat, aftrekbaar van de belasting.’ Op het moment dat hij wil overstappen op een boek voor volwassenen over zijn ouders, wringt er het een en ander. Alex wil graag dat hij een kerstverhaal over Monkel & Glop schrijft. Als hij weigert, stelt Alex voor een versjesboek te publiceren, met alle versjes uit de kinderverhalen op groot formaat, met leeslint en illustraties van Ilse: ‘Ze is al aan het tekenen, mooi toch?’ Daar komt bij dat met het succes van deze kinderserie de publicatie van de iets minder succesvolle auteurs bij de uitgeverij bekostigd kunnen worden. Probeer dan nog maar eens ‘nee’ te zeggen.

 

Dit loyaliteitsconflict staat niet op zichzelf. In een heel andere context zie je een vergelijkbaar ingewikkeld spel van loyaliteit in de relatie tussen Joop en Dora, de ouders van Jaap. Joop is dol op Dora, maar Dora zelf voelt het niet zo. Ze is ontroerd dat Joop in de oorlog helemaal uit Duitsland naar haar huis is komen lopen om haar een aanzoek te doen. Hij kon haar niet vergeten en had er alles voor over om met haar te trouwen. Hoe kan Dora iemand die zoveel op het spel zet om bij haar te zijn, weigeren: ‘Welk blaadje ze ook als laatst had geplukt, of het nu een wel was of een niet, op het moment dat ze ‘ja’ zei, meende ze het en besloot ze heel veel van Joop te gaan houden.’

 

Ook als Hegge voor zijn moeder een kerstverhaal voorleest, waar hij eigenlijk niet achter staat, voelt hij zich een verrader. De vraag is of je iets uit liefde kunt doen, als je je eigen idealen of gevoelens aan de kant schuift. Op die manier krijgt ‘zien wat van gisteren overbleef’ een extra betekenis. Wat in elk geval overblijft, zijn diezelfde levensvragen, diezelfde dilemma’s. Je weet niet waar je goed aan doet, je belandt in situaties die aan de ene kant voelen als een warm bad, en tegelijkertijd wringen, omdat je eigenlijk liever een andere keuze had gemaakt, maar dan kun je niet meer terug. Ook zie je wat er overblijft van gisteren als je gaat graven in het verleden: je haalt een eigen verhaal over je ouders naar boven, dat niet per se het verhaal van je broers en zussen is. Hegge heeft delen van zijn verhaal aan hen voorgelezen en ergert zich vervolgens aan de reacties. Zijn zus wil een monument voor hun ouders: ‘Tussen de regels liet ze doorschemeren wat ze van mijn boek verwachtte, een ode aan ‘twee lieve, hardwerkende mensen die zichzelf volkomen voor ons wegcijferden: wij moesten het beter krijgen dan zij. En dat is ze gelukt.’

 

Maar dat is niet wat Hegge in zijn verhaal laat zien. Hij laat juist ook de pijnlijke kanten van hun relatie zien, de onuitgesproken verlangens, de manipulatie van de liefde, de duistere kant van de loyaliteit. En dan blijkt, voor de directe familie, ‘wat van gisteren overbleef’ misschien hooguit een illusie te zijn. Het succesverhaal wordt in verschillende lagen doorgeprikt en dat doet pijn, maar houdt ons ook een spiegel voor, die ons scherp houdt en laat nadenken over onze idealen, liefde en relaties.

 

Hegge moet zichzelf ertoe zetten het verhaal af te ronden, want hij is bang voor negatieve recensies, critici die zullen zeggen dat hij zich maar beter tot de kinderboeken had kunnen beperken, dat hij zijn hand overspeeld heeft. Je krijgt de waarheid niet boven tafel, alles brokkelt af, terwijl voor de lezer dit afbrokkelen en wringen juist interessant is, de vragen die geen antwoord krijgen, de rafelranden. Waar leidt dit alles toe, waar vinden de verhaallijnen elkaar? Het verhaal voelt vertrouwd als een gelaagd kledingstuk, je voelt waar de stof wringt rond je huid, je weet waar de buitenste laag glanst, maar ook waar de doffe plekken de schade verraden die het in de loop van de jaren heeft opgelopen. Je draagt het met trots, omdat het is zoals het is, ooit zijn de stoffen bij elkaar gelegd en de naden verbonden. Het is een natuurlijk, grillig en haast achteloos proces, dat creatieve schrijven, waar je je als schrijver aan over moet geven. Aan het eind van het boek reflecteert Hegge op zijn nieuwe boek met dezelfde titel, precies op dit proces, en de lezer kan alleen beamen dat Meinderts deze kunst in deze roman in elk geval feilloos beheerst:

 

Zien wat van gisteren overbleef moest het niet hebben van een plot, er hoefde geen raadsel te worden opgelost, geen geheim onthuld, geen dader ontmaskerd, maar zomaar ineens ophouden kon niet, het verhaal mocht best wel rafelranden hebben, maar de kunst was bijna achteloos naar een laatste punt toe te schrijven, dat je aan alles voelde: het verhaal is verteld.’

 

Dietske Geerlings

 

Koos Meinderts – Zien wat van gisteren overbleef. Hoogland & Van Klaveren, Hoorn. 224 blz. €22,50.