'alsof alles nu anders was'
Bespreking van 'Vaim' van Jon Fosse

Een boek van Jon Fosse lezen is een buitengewone ervaring. Er wordt iets in gang gezet waar je je in eerste instantie misschien tegen wilt verzetten, omdat je meegetrokken wordt in een zin die niet meer ophoudt. Je moet je daaraan overgeven en dan beland je in een onophoudelijke cirkelbeweging rondom een essentie die zich heel langzaam openbaart. Ieder boek van Fosse is zo’n unieke cirkelbeweging met een eigen kern. De beweging is vermoeiend, door de herhaling, door de verveling misschien zelfs, maar je houdt vol tot je bij de essentie bent aangekomen, omdat die iedere keer zo waardevol blijkt. Uiteindelijk slinger je er ook weer uit weg, omdat je het boek een keer uit hebt. Zo was dat met Melancholie I en II, met Een schitterend wit, Ochtend en avond en nu ook weer met het onlangs verschenen Vaim.
Steevast zijn het kleine werelden waarin je terechtkomt. Zo draait Vaim om slechts drie personages in het fictieve Noorse vissersdorp Vaim: Jatgeir, Eline (Josefine) en Frank (Olav). Het eerste deel is geschreven vanuit Jatgeir, die zijn boot Eline heeft genoemd naar een meisje op wie hij lang geleden verliefd was. Hij schaamt zich dat hij de boot ooit zo heeft genoemd, omdat hij destijds het gevoel had dat hij werd uitgelachen, door Eline en door de anderen om haar heen. Uiteindelijk is hij een stuk ouder geworden en beseft dat hij vaak aan haar heeft gedacht, maar dat zij ook een beetje is samengesmolten met zijn dierbare boot. Hij heeft vrede met zijn eenzame bestaan. En dan komt er een moment dat Eline hem roept. Hij kan het niet geloven, maar daar staat ze dan met haar koffer aan de kade en vraagt of ze met hem mee mag varen naar Vaim, omdat ze weg wil bij haar man, Frank, die later in het boek geen Frank, maar Olav blijkt te heten, terwijl de ware naam van Eline Josefine is.
En dan begint het malen, want wat doe je als de onbereikbare liefde van je leven ineens toch met jou in zee wil? Geef je je onafhankelijkheid op? Was de grote liefde niet eerder een idee dan werkelijkheid? Natuurlijk wil je als lezer weten of Jatgeir echt op haar verzoek ingaat en daarom lees je ook door, maar ondertussen word je aan het denken gezet over de ware liefde, over de offers die je brengt om samen te leven met een ander, over machtsverhoudingen in relaties, over veiligheid en gewoonte:
‘[…] het kon niet waar zijn dat Eline in mijn boot was geweest en had gezegd dat ze met me mee wilde naar Vaim, en waar ze daar dan zou wonen had ze niet gezegd, maar ze was toch zeker niet van plan om bij mij in te trekken, of misschien was het juist dat wat ze wilde, wat ze in gedachten had, en wilde ik dat eigenlijk wel, wilde ik niet veel liever alleen blijven wonen, zoals ik al deed sinds mijn ouders waren gestorven, wat ondertussen toch ook al behoorlijk wat jaren geleden was, maar nu ging het er duidelijk niet om wat ik wilde of niet wilde, nu leek een andere wil te overheersen, alles leek ineens anders, Elines wil leek alles te overheersen, nee, ik wilde er niet meer aan denken, wat komen moest, dat kwam, want nu was hoe dan ook al beslist dat Eline met me mee zou gaan naar Vaim, ze was net haar koffer gaan halen, en dit was geen droom, dit was pure werkelijkheid, of dat nu een goede zaak was of niet, ja het voelde alsof mijn toekomst vastlag, alsof alles nu anders was, […]’
Het tweede deel is een hele poos later geschreven vanuit Elias, de beste en eigenlijk enige vriend van Jatgeir, die ook in Vaim woont. Hun contact is volkomen verwaterd door de komst van Eline. Elias hoort hoe er op zijn deur wordt geklopt en ziet dat er niemand is, totdat uiteindelijk toch Jatgeir buiten staat, wat later onmogelijk blijkt, omdat hij vlak daarvoor dood in het water is aangetroffen. De dunne scheidslijn tussen schijn en werkelijkheid is voelbaar en je deint als vanzelfsprekend mee op de gedachtecirkels van Elias. Waarom zou Jatgeir zich niet bij hem kunnen aandienen als hij dood is? Wat weten wij simpele zielen nu eigenlijk over leven en dood? Elias’ cirkel voert je naar je eigen gedachten over leven en dood, maar ook over vriendschap en hoe een liefdesrelatie vriendschap in de weg kan zitten, wederom over machtsverhoudingen en verschillende karakters.
Het laatste deel zet alles wat daarvoor is langsgekomen op losse schroeven. Die kleine altoos draaiende wereld, waar dan in elk geval toch de drie of vier personages de kleine bakens zijn die het verhaal overeind houden, blijkt ongrijpbaar, omdat je steeds vast zit in een perspectief. Waarom noemt Eline Olav vanaf het begin af aan Frank, terwijl hij Olav heet? Waarom doet ze zichzelf voor als Eline, terwijl ze eigenlijk Josefine heet? Het verhaal draait vooral om Jatgeir, Eline en Frank, maar Elines perspectief blijft buiten beschouwing. Drie mannen werpen een licht op haar en wat is nu de waarheid?
Vaim is een wervelstorm die zich in je binnenste ontvouwt en daar veilige pijlers aan het wankelen brengt. Tegelijkertijd is er geen storm waar je je liever aan over wilt geven dan aan deze, omdat hij louterend is.
Dietske Geerlings
Jon Fosse – Vaim. Vertaald door Michiel Vanhee en Sofie Maertens. Uitgeverij Oevers, Zaandam. 144 blz. €21,00.