Samenvatting van Het Liegend Konijn; 2025/2

Mijn grootste angst bij het centraal eindexamen van meer dan dertig jaar geleden was de samenvatting bij het vak Nederlands. Ik had geen idee hoe ik een tekst moest samenvatten, terwijl dat volgens het Cito wel degelijk mogelijk was. Een samenvatting maken van de laatste aflevering van Het Liegend Konijn durf ik dan weer wel, juist omdat het ónmogelijk is.

 

De samenvatting moest destijds in eigen woorden, omdat alleen dán duidelijk was of je de tekst wel echt had begrepen. Bij deze samenvatting moet juist in het midden blijven, of ik de teksten heb begrepen, omdat de betekenis ervan ieder bevattingsvermogen te boven gaat. Daarom geef ik een samenvatting in de woorden van de dichters zelf.

 

Ten slotte rest de vraag naar het waarom van een samenvatting. Eerlijk gezegd heb ik nooit helemaal begrepen waarom ik moest leren om zakelijke teksten samen te vatten. Inmiddels heb ik wel een vermoeden. De betreffende teksten zijn doorgaans zo verschrikkelijk saai, dat je alle toekomstige lezers hetzelfde lot van tijdverspilling zou willen besparen. Echter, deze samenvatting van de laatste editie van Het Liegend Konijn dient een hoger doel. Ik heb van iedere dichter, in alfabetische volgorde, enkele regels overgenomen, omdat je dan iets ziet glinsteren, noem het de glans in het oog van een onsterfelijk konijn onder de bezielende redactie van de Vlaamse reus der poëzie, Jozef Deleu, waardoor je niet alleen naar de boekhandel zal rennen om deze laatste aflevering van hem te bemachtigen, maar ook om van al deze eenendertig dichters een bundel te kopen om je boekenplank mee te vullen. Spoedig zal je erachter komen dat nog niet alle dichters een bundel hebben uitgegeven en dat jij dus iedere dag naar de boekhandel zal gaan om daar voor de deur te wachten tot het zover is.

 

soms wil ik een stukje van mijn leven afslaan

als de grote teen van de David

die bezweek onder de hamer van Piero Cannata’

 

(Isa Altink)

 

 

En de moeders? Iedereen

is een moeder sussen de moeders

 

starend in het wak

 

van wat

 

als dat niet waar is.

 

We vallen met wijde

vleugels die liefde

 

storten met volle

kruinen voorover

 

(Maria Barnas)

 

 

Zo heeft oorlog gebrek aan ontroering.

Het is meer de moord op verdriet.

En verschrikking die bestaat

uit onontkoombaarheid.

Niemand doder dan geschoten in het hart.

Zo wordt het ook weer dezelfde dag.

Vogels bidden tragere wiekslag.

Rouwpauwen troosten kinderen.

 

(Geert Jan Beeckman)

 

 

Praat met wortels als met

slangen,

praat met paden als met

beren

met wie je deelt de paden.

 

Je zult beter wat je niet weet

weten, wat je niet wilt willen.

 

Overwin je hekel,

slik de pit door, bijt

in de warme made.

 

(Johan de Boose)

 

 

[…] zit ik op een bankje vol

ontzag te staren naar een zilverreiger die, gekromd en gehuld in

zijn sneeuwwitte pij, veel weg heeft van een monnik, balancerend

op de vloeibare rand tussen hemel en aarde. Alle reigers hebben

iets getormenteerds, alsof ze, zoals Atlas, gebukt gaan onder een

ondraaglijke wijsheid, maar in tegenstelling tot veel dichters

dragen ze hun lijden elegant en sierlijk. Als een reiger met zijn

langzame vleugelslag opstijgt, vliegt er een gebed door de lucht.

Dan vouwen de eiken aan weerskanten van de dreef hun takken

in elkaar tot de koeien in de weides achter de eiken heilig worden.

 

(Bob Vanden Broeck)

 

 

           en ik kwam naar je toe met mijn dromen

           waarin ik met een tas vol papieren het podium op kom

           maar het juiste gedicht niet kan vinden

           of wat er staat onmogelijk kan lezen

 

(Tsead Bruinja)

 

 

Mijn taal verkeert in een zwakke staat

Haar rug kreunt van haar sedentaire bestaan

Ze is me even vertrouwd als de lucht

 

Men schrijft haar antidepressiva voor

Met een aai dwing ik haar tot gejuich en lof

Ze zweet ervan uitgeteld na tien stappen bekaf

 

(Stefan Clappaert)

 

 

Ik weet niets van het midden. Behalve dat het iets is

met liefde en bidden.

 

(Yannick Dangre)

 

 

en ontwarrend het einde nog niet geweven

in de steken. Losse haren leken het wel.

De draad weer oppakken. Niet spreken.

 

(Paul Demets)

 

 

alles sterft in alles

zit leven het krioelt

van genade

 

(Caspar Dullaart)

 

 

Prop je rugzak vol angst en keten hem dicht.

Ren, ren, met je rugzak, door het vuur, door het grote vuur!

 

(Annemarie Estor)

 

 

In diepten hieronder wacht af wat nog rest van wat ooit

           voorwereldlijk leefde en baarde en omkwam

                       in door gesnavelde wezens bevlogen lagunen.

 

(Piet Gerbrandy)

 

 

Onder de sterrennacht

ruist de rivier zacht

in de bedding rolt af en toe steen

 

(Hadewych Griffioen)

 

 

ook de chauffeur stapt uit, zie maar dat je het redt

en laat ons achter op vals plat in een verblijf dat bruut

verschuift, waar is de rem, ik verlies de grip en schiet

weer uit mijn halve zijn, mijn brein verknipt tot een collage.

Ik moet eruit.

 

(Marijke Hanegraaf)

 

 

Tussen het zien en het gezien worden gaapt een kloof die niemand

kan overbruggen behalve zij die geleerd hebben tussen werelden te

ademen.

 

Een drievoudige klauw graaft zich in het hout van de hoogste tak,

niet om houvast te vinden maar om de boom eraan te herinneren

dat zelfs het diepste wortelstelsel niet kan bestaan zonder de

aanraking van wat boven alles uitstijgt.

 

(Chris Honingh)

 

 

Maar dat ik van het ongeval onder de indruk ben?

Nou nee, ik stroom sindsdien rustig dezelfde kant op

zoals later de Waal bij Nijmegen zal blijven doen

nadat een echte mens, en dichtertje nog wel,

vanaf de brug zijn diepte in gesprongen was.

 

(Anton Korteweg)

 

 

Liefde blind? Beterziende maakt zij al wie mint,

 zo wil ik dat dit gedicht begint.

 

(Frans Kuipers)

 

 

Wat doen je planten in je afwezigheid nu er

niemand is om het daglicht eerlijk te verdelen?

 

Ik ben hier, zeg je hardop. Je bent de enige

die weet of je de waarheid spreekt.

 

(Saskia van Leendert)

 

 

Doe je dit, krijg je dat. Het is altijd wat

anders dan je had verwacht. Zeg je zus,

doen ze zo. Wat maakt het uit?

 

(Myrte Leffring)

 

 

de twijfelaar maakte plaats voor kingsize,

in bed willen we niet meer in elkaar verdwalen

 

(Luc C. Martens)

 

 

Mijn moeders pantoffels staan onder de kast, zie ik,

terwijl ik het serviesgoed met bloemmotief tevoorschijn haal.

 

(Inge Misschaert)

 

 

Als je een duinkonijn wil temmen moet je het eerst

zijn ontstaan toedienen, zei mijn oudste broer,

daarna de scherpe steken die je voelt als je

hard naar beneden rent, als je sneller

loopt dan je zelf bent.

 

(Ester Naomi Perquin)

 

 

Tijdens mijn ondergang gebeurde weinig

Ik stootte een aantal maal

Ik spatte kapot op de grond en was niet meer

 

(Ada van Raemdonck)

 

 

Zijn moeder meet de afstand van de grond

tot aan het streepje op de muur en zegt: je bent een reus, jongen

je wordt de grootste van de klas

 

Want dromen zijn alleen maar leuk

als je hun einde nog niet kent

 

(Bert van Raemdonck)

 

 

Zullen we een rollenspel doen, van plaats

wisselen, jij in bed en ik waar jij nu bent?

Ik wil ook wel eens weten hoe het is om te

worden gemist. […]

 

Peter Swanborn

 

 

Alles houdt altijd aan – er is hier niets

 

of godverdomme, het ademt.

Wij zijn rondlopende klokken met armen

als wijzers, draaiend op kristallen

 

(Max Temmerman)

 

 

           wat het meest wennen is? misschien wel dat

er plotseling helemaal niemand meer

in de slaapkamer staat om een handje

           te helpen bij je woeste worsteling

 

om de fris gewassen beddenlakens

           strak op te vouwen.

 

(David Troch)

 

 

ik graaf me in

met geliefden en katten

een schuttersput

gedurig onder vuur

standhouden hoelang nog

de vijand stormt aan

 

(Jabik Veenbaas)

 

 

Elk jaar komen ze van overzee naar waar drie rivieren samenvloeien:

de rivier van het vergeten, die van het herinneren en die van het verdwijnen

worden ze genoemd. Niemand vraagt zich af hoe ze hier zijn geraakt

 

met die passaatwinden en onderstromen. Het is niet altijd duidelijk

wie een man is en wie een vrouw en of ze een rivier kiezen of worden gekozen

door een rivier en ze denken: We staan aan de rand en we. En de tijd houdt op

 

(Peter Verhelst)

 

 

je rukt de akkerdistels van tussen je groene benen

om ze in een doodsboeket op je borst te nestelen

 

vergeet niet je handen eromheen te vouwen

in een gebed tot de goden in de grond

 

het weerkaatst op de muren die het veld afbakenen

 

(Elise Vos)

 

 

lieve jongen

ik moet je schrijven

het is voreg donker en je tracht

zo hard

een eiland op jezelf te zijn

 

(Akim A.J. Willems)

 

 

 

Jozef Deleu (redactie) – Het Liegend Konijn 2025/2. Pelckmans, Kalmthout. 227 blz. € 24,50.