This is a subtitle for your new post
We kunnen dichter bij de politiek zijn als we lezen en schrijven, zelfs als we de verbeelding even loslaten, zelfs als we de verbeelding juist laten spreken, zelfs ook als we beide doen, onophoudelijk en afwisselend.
In het voorwoord van Arnon Grunberg bij Strepen aan de hemel en andere oorlogsverhalen (editie van 2021) van G.L. Durlacher staat een uitspraak van Durlacher over hoe hij wil schrijven over de oorlog: ‘Het moet zo nauwkeurig mogelijk zijn, er mogen geen fictionele elementen gebruikt worden.’ Ook zegt hij: ‘Als er nu te literair over de oorlog geschreven wordt, zullen de mensen straks een onzuiver beeld van de oorlog hebben. Een onwaar beeld.’
Deze uitspraak is bijzonder interessant, omdat het je aan het denken zet over wat waarheid is, zeker betrekking tot een oorlog. Je kunt bijna niet anders dan met Socrates constateren dat iedereen zijn eigen waarheid heeft en als er al een objectieve waarheid zou zijn, dan zal dat wellicht bij benadering de optelsom van al die individuele waarheden zijn. Durlacher maakt namelijk belangrijke keuzes in wat hij wel en wat hij niet beschrijft. De werkelijkheid beschrijven kan namelijk niet anders dan door heel veel elementen weg te laten. Ik ben nog steeds diep geraakt door Durlachers keuzes. Zo lees je hoezeer zijn familie gehecht was aan de Duitse cultuur, zoals aan de muziek van Wagner die veelvuldig uit hun radio klonk. Zijn vader en oom Jacob schoven hun zware fauteuils ervoor naar dat kleine kastje. Wat heeft deze informatie voor effect op de lezer, die weet dat ook Adolf Hitler een groot liefhebber was van deze componist? Durlacher beschrijft hoe zijn docent zijn wiskundeboek brengt naar het bureau waar Durlacher als kleine jongen met zijn familie wordt vastgehouden, vlak voor zijn deportatie. Hij kiest ervoor iemand te beschrijven die tegen de stroom in handelt. Ook in de verhalen die zich afspelen in het kamp zelf, kiest hij anekdotes over Duitsers die ervoor kozen joden voor zover mogelijk te helpen tegen alle regels in.
Nu kun je als lezer hier de simpele waarheid uit destilleren dat joodse mensen ook van Duitse cultuur kunnen houden en niet alle Duitsers ‘slecht’ waren. Die waarheid is op zichzelf al troostrijk. Toch blijft het daar niet bij. Door deze subtiele keuzes van Durlacher doemt er op de achtergrond een nog veel grotere waarheid op, die alle journalistiek overstijgt, namelijk dat de mens onder alle omstandigheden mens blijft en keuzes maakt. Robert Antelme schrijft in De menselijke soort hoe hij aan het eind van de oorlog met enkele anderen uit het kamp vlucht, onder leiding van de Kapo, en daar voor het eerst sinds lange tijd weer koeien ziet. Hij komt dan tot het besef dat de SS’ers ervan droomden dat de gevangenen beesten zouden worden en zij die zouden kunnen doden, maar Antelme voelt op dat moment dat hij met geen mogelijkheid een beest zou kunnen worden als een koe. Je blijft hoe dan ook mens, ook als je wordt afgeslacht. Hij komt tot nog een besef: ‘er zijn geen menselijke soorten, er is één menselijke soort. Omdat wij mensen zijn zoals zij, zullen de SS’ers uiteindelijk machteloos staan tegenover ons. [...]. Dat alles wat die eenheid in de wereld maskeert, alles wat mensen in een situatie van uitbuiting en onderworpenheid plaatst en daarmee het bestaan zou impliceren van soortvariëteiten, onwaar en dwaas is, en dat wij daarvan hier het bewijs hebben, het meest onweerlegbare bewijs, aangezien het ergste slachtoffer niet anders kan dan vaststellen dat de macht van de beul, in zijn ergste vorm, geen andere kan zijn dan die van de mens: de macht om te moorden. Hij kan een mens doden, maar hij kan hem niet in iets anders veranderen.’
Dit besef dringt ook tot je door als je Strepen aan de hemel leest en bedenkt dat Hitler met Durlachers familie mensen heeft vermoord die zielsveel van dezelfde muziek hielden als hijzelf. Zielsverwanten dus. Zijn eigen soort. Waar ook ter wereld mensen elkaar uitmoorden: zij doden hun eigen broeders en zusters.
Je kunt, zoals Durlacher laat zien, de verbeelding dus zoveel mogelijk uit een literair werk bannen om een waarheid boven te krijgen, die universeel en tijdloos is, maar die waarheid staat of valt bij de keuzes die de schrijver maakt over wat hij wel of niet beschrijft.
Het omgekeerde is ook het geval. Er zijn dichters die juist de werkelijkheid dichter naderen door die verbeelding. Neem Babs Gons, met haar ‘ga terug naar je eigen land’ uit de bundel doe het toch maar. Een van mijn leerlingen met een Turkse achtergrond vertelde ooit bij zijn mondeling tentamen literatuur dat hij iedere week minstens zeven keer ‘Ga terug naar je eigen land’ naar zijn hoofd werd geslingerd: op de fiets, in winkels, of andere openbare ruimtes. Hij werd er niet meer warm of koud van, maar hij vroeg zich wel af wat het was, zijn eigen land, omdat hij hier in Nederland geboren was en hij meer oorspronkelijk Nederlandse vrienden had dan Turkse. Kort daarna kwam ik het gedicht van Babs Gons tegen en sindsdien open ik daar ieder schooljaar mee. In dit gedicht brengt Gons meerdere waarheden aan het licht met betrekking tot ‘het eigen land’. Allereerst laat ze ervaren hoe de plek waar je vandaan komt, eigenlijk veel meer is dan alleen maar een topografische plek. Het zit in je hele lijf en ziel en daarmee ‘heb’ je niet zozeer een eigen land, maar je ‘bent’ het:
ga terug naar je eigen land
zet diep vanbinnen
voet op eigen bodem
leg je hand op je hoofdstad
haal diep adem
door je buitenwijken
waar straten
zijn vernoemd naar je ware helden
ga terug en
wees je eigen land
Deze ervaring van je ‘eigen land zijn’ komt veel dichter bij de werkelijkheid dan waar men doorgaans van uitgaat, namelijk dat iedereen een eigen land ‘heeft’. En als je bedenkt dat iedereen dus eigenlijk zijn eigen land ‘is’, dan is het ook helemaal niet meer zo erg om terug te gaan naar dat eigen land, want dat betekent dan niet veel meer dan dat je jezelf mag zijn. Gons beschrijft dat als volgt:
ik ga terug naar mijn eigen land
betreed mijn gronden
vol verhalen van voorouders
waar het verspilde bloed
diepgewortelde eiken voortbracht
die me rechtop houden tussen de
resten van plantages
overwoekerd door distels en doofpotten
Ze laat tegelijkertijd voelen hoe complex dit eigen land is: het is verstrengeld met voorouders en met de geschiedenis. Het is daarom niet zo vreemd dat ze na deze strofe overgaat op ‘wij’:
laten we teruggaan naar ons eigen land
de grond weer van ons allen maken
weer naar de zon laten groeien
wat is platgetrapt
laten we de lucht zuiveren
met kamfer, kokos, citrus
sandelhout en salie branden
luisteren naar de legendes
onder de sequoia, de baobab
de kankantrie
de stilte weer leren horen
tussen het geruis
de stemmen van onze voorgangers
ons verbinden met het land
de lucht
de rivieren
Met de vorige waarheid trekt Gons een nieuwe omhoog, want hoezeer we ook allemaal ons eigen land zijn als individu, we maken ook deel uit van een gemeenschap, van ‘wij’ en om daarin te kunnen leven, is het nodig om ons eigen land te verbinden met dat van de ander, er ‘ons land’ van te maken, maar wat is dan ‘van ons’? Je voelt hier dat dit veel verder reikt dan de landsgrenzen en het is ook belangrijk de vraag te stellen: waar liggen onze grenzen eigenlijk en hoe komt het dat die grenzen daar liggen? Juist in een wereld die iedere dag via beeldschermen binnenkomt, is het nogal naïef om angstvallig vast te houden aan landsgrenzen. Als mijn welvaart voorbij mijn landsgrenzen zorgt voor een overstroming elders in de wereld, of het sterven van mensen door vervuiling, dan kun je je afvragen of die landsgrens wel zo ‘feitelijk’ en ‘waar’ is, of daar niet veel meer sprake is van een denkbeeldige grens die we ooit hebben opgeworpen en wij door uitbuiting of vervuiling zelf die grens al zover hebben verlegd dat dat andere deel van de wereld net zo goed van ons is en wij ons daar medeverantwoordelijk voor moeten voelen.
Wat de dichter Babs Gons hier aan de orde stelt, beschrijft ook Stevo Akkerman in Trouw (26 augustus 2025) in zijn artikel ‘De liefde voor de eigen grond kan leiden tot haat voor de ander’. ‘Voorlopig zitten we vast aan de verkaveling van de wereld in landen en volken’, schrijft hij, maar:
‘Het is een van de grote paradoxen van onze tijd. Partijen die om het hardst beweren dat onze grond moet worden verdedigd tegen vreemdelingen, vegetarische fratsen en klimaatactivisme, bekommeren zich het minst om die grond zelf, of die niet verstikt wordt door ons eigen handelen. Reden te meer om na te denken over rechten voor de natuur, de aarde, het water, de levende wezens. Ze hebben niet alleen waarde voor ons, maar ook in zichzelf.’
Dichters, filosofen, journalisten, fotografen brengen ons met of zonder verbeelding dichter bij de waarheid en daarom zouden zij actief betrokken moeten zijn in de politiek, waar besluiten genomen worden. Het is geen magie of naïviteit waarmee Babs Gons dat kortzichtige imperatief ‘Ga terug naar je eigen land’ ombouwt tot uiteindelijk:
kom terug naar je eigen land
begroet jezelf bij de grens
verwelkom jezelf
op je eigen gronden
Ze laat namelijk zien en ervaren hoe noodzakelijk het is dat die beweging van de spreker af (‘ga’) een beweging wordt naar de spreker toe (‘kom’) – met behoud van dat eigen land! – omdat je alleen kunt samenleven als de ander dezelfde rechten en vrijheden heeft als jijzelf.
Lezen en schrijven vertragen, en misschien heeft juist die vertraging een positief effect op de lange termijn, omdat er dan meer aandacht komt voor verschillende perspectieven en er diepere, universele waarheden aan het licht komen die ons bij duurzamere oplossingen kunnen brengen, dan als we alleen even snel kiezers willen trekken met enkelvoudige leuzen die al niet eens standhouden in een zacht zomerbriesje, laat staan een flinke windvlaag, of nog erger, een orkaan of tsunami. Krachtig laat Gons voelen hoe alles staat of valt bij een gekozen perspectief. Wie de volgende strofe uitspreekt in het bijzijn van welke ander dan ook, kan haast niet anders dan zich ‘wij’ voelen en diep beseffen dat dit de waarheid is:
weet je eigen land
altijd vlak achter je ogen
opgevouwen net onder je borstkas
tussen duim en wijsvinger
wees nooit een vreemdeling
want dit alles is jouw eigen land