Een stalen tucht in een school van dieren
Bespreking van ‘Bint’ van Ferdinand Bordewijk door M.C.Y. (leerling vwo 6 Eligant Lyceum)

De titel van het boek Bint beschrijft het boek precies: kort en zakelijk. De eerste letter is hard en sterk. Het einde volgt snel. Bint is precies het tegenovergestelde van de natuur. In de natuur zien we onvoorspelbare manieren van groei en is er geen orde: van blubberachtige wezens op duizenden meters diepte tot pijlsnelle vogels die van kilometers ver een prooi kunnen spotten. De natuur is niet te temmen. Of toch wel? In Bint probeert een docent, De Bree, een ontembare klas, genaamd de hel, onder zijn duim te krijgen. Bordewijk maakt veel biologische vergelijkingen. In hoeverre zie je de natuur terug in Bint?
Ten eerste komt natuurlijke selectie voor in Bint. Natuurlijke selectie houdt in dat een combinatie van natuurlijke omgevingsomstandigheden schadelijk of overleefbaar kunnen zijn voor een organisme (Wat Is Evolutie? | Evolutietheorie, n.d.). Eén van de belangrijkste personages in het boek is de schooldirecteur, genaamd Bint. Hij eist een stalen tucht en orde, iedereen moet gehoorzamen aan zijn regime. Degenen die niet kunnen overleven in zijn systeem, worden verwijderd uit de school. Eén van de leerlingen, Van Beek, doet het slecht op school. Zijn vader is dood, hij werkt veel, slaapt weinig en moet de nieuwe verzorger worden van zijn gezin. De schoolcijfers zijn beslissend voor het overgaan van een leerling naar het volgende schooljaar. Wanneer de leraren en Bint het schoolcijfer van Van Beek bespreken, zie je de dat er sprake is van natuurlijke selectie:
‘Ik heb gehoord,’ zei Keska, ‘dat hij dreigt zich van kant te maken als hij geen voldoende haalt.’
‘Hij dreigt?’,vroeg Bint effen.
‘Nu ja.’
‘Hij moet doen wat hij niet laten kan.’ Dit zei To Dolorm.
[...]
‘Er is geen reden iemand te sparen die zelfmoord aankondigt. Waar gaan we heen?’ Dit zei Bint. Het was beslissend voor de Bree. Toen er gestemd werd was alleen Keska voor voldoende. De Bree had zich gepantserd. Van Beek kreeg een drie. (Vanaken, 1962)
Ondanks dat de leerling dreigt zelfmoord te plegen als hij een onvoldoende haalt, zijn Bint en het merendeel van de leraren ijskoud in hun beslissing. Een paar weken hierna springt van Beek in de gracht en hij overlijdt aan een longontsteking. Zijn omgevingsomstandigheden waren blijkbaarniet overleefbaar. Bint voorziet dat dit gaat gebeuren. Het is mogelijk dat de leerlingen in opstand komen, zegt Bint. Dit is alleen niet erg: ‘Als van Beek sterft krijgen wij ernstig verzet. Het verzet zal ons helpen de school te zuiveren. Het zal een laatste en grondige zuivering zijn.’ (Vanaken, 1962) Vervolgens wordt iedereen die mee heeft gedaan aan het verzet van de school gestuurd. Wie zich niet aan Bints beleid neerlegt, wordt afgestoten. Wie zich niet kan aanpassen aan de omgevingsomstandigheden, overleven het niet.
Ook worden principes uit de ecologie in het boek gebruikt. Er zijn verschillende manieren hoe organismen bepaald gedrag leren, waaronder operante conditionering. De term ‘operante conditionering’ werd bedacht door een wetenschapper genaamd Skinner. Hij plaatste ratten in een doos waarin deze dieren specifieke handelingen moesten uitvoeren, waardoor ze beloond werden. Hij kwam erachter dat gedrag dat wordt gevolgd met een positieve uitkomst vaker werd herhaald, en gedrag dat gevolgd wordt met een negatieve uitkomst minder vaak werd herhaald (Beldman, 2026). Ditzelfde principe gebruikt De Bree. Hij geeft les aan een ontembare klas, genaamd de hel. Om hen onder controle te krijgen, gebruikt hij operante conditionering:
‘Van der Karbargenbok...’
De roofvogel sloeg een klauw uit.
‘Ja?’
‘Meneer, mag de deur dicht!’
‘Van der Karbargenbok komt ook Zaterdag terug van twee tot zes.’
‘Dan is mijn vader jarig.’ Er was gesmoord proesten.
‘Van der Karbargenbok komt Zaterdag terug van twee tot zes en van zeven tot tien.’
Het ging voorzichtig rumoeren. Hij rees half achter de tafel, en sloeg daarop eenmaal zacht met de hand.
‘Stil.’
[...]
‘Meneer, is het nog altijd oorlog?’
Hij lette niet op het gegrinnik. Hij grijnsde zelf, kauwde tweemaal dreigend.
‘Ik draag den scholier van der Karbargenbok aan den directeur voor...’
Hij wachtte. ‘... om van de school te worden verwijderd voor vier dagen met nader op te geven strafwerk.’ (Vanaken, 1962)
Door het gedrag van Van der Karbargenbok te straffen, herhaalt de leerling de handeling steeds minder en minder. Van der Karbargenbok was sinds dien een stuk minder recalcitrant. Ook wordt er agonistisch gedrag vertoond. ‘Agonistisch’ heeft betrekking op de bepaling van de rangorde binnen een groep dieren. De rangorde ontstaat door een interactie tussen minimaal twee dieren, waarbij zowel agressieve als submissieve uitingen een rol spelen (Jansen, 2011). Dit is erg belangrijk in de ecologie. De Bree doet aan agonistisch gedrag door zijn dominantie te tonen over een leerling uit de hel:
‘Kom jij hier.’ Zijn woord had indruk gemaakt. Een gorilla zwaaide sloom op hem toe. ‘Geef je hand ... Nee, die is te vuil ... je linker.’ Ze gaven elkaar de linkerhand.
‘Knijp’. De Bree zelf kneep onmiddellijk hard. De jongen kneep onmiddellijk terug uit alle macht. Hij was heel sterk, maar hij was een jongen. Ze knepen zwijgend en zonder beweging, de jongen staande, de man gezeten. […]. De ander werd bleek in zijn donkere gezicht, zijn voorhoofd ging glinsteren, maar hij bewoog zich niet en hij gaf geen geluid. […]. Hij schroefde aan. De jongen deed het eene been tegen het ander. Zijn buik trok in. De klas zag het en bleef stil. Toen liet hij los. De hand viel geel neer, het monster zwaaide terug in de bank. (Vanaken, 1962)
De jongen kon die proef van De Bree niet stoïcijns doorstaan. De Bree laat zijn dominantie zien, waardoor de jongen automatisch submissief gedrag toont. Dit soort gedrag komt vaak voor bij dieren als ze een conflict, dus een gevecht willen voorkomen. Een conflict kost veel energie en energie is kostbaar in de natuur. Het lijkt dat De Bree met dit vertoon van dominantie duidelijk wil maken dat hij geen tegenwerking duldt. Zo hoeft hij minder energie uit te putten in de toekomst.
Daarnaast worden de leerlingen constant vergeleken met dieren. De Bree is nieuw op de school en hij moet zijn eerste les geven aan de zogenaamde hel. Ze hadden de vorige leraar weggepest. In de klas ziet de Bree geen kinderen, maar dieren:
‘De Moraatz zijn tanden waren gewoon bruin. Zijn krieloogjes zonder wit pasten als een git in een ring. Zij keken met de woedende wanhoop van een rat, die wordt geworgd. […] Ten Hompel was weer anders. Hij hapte onder het het werken naar een insect. Hij had een zwarte doggentronie. Hij was voor een dog te levendig. Deze keek onder het werk bliksemvlug op naar de Bree, honderd maal. Zijn oogjes waren meer herder dan dog, en meer wolf dan herder. Deze was vrij stevig, en enkel kaak. De vrouw Schattenkeinder was een sloddervos met een ragebol.’ (Vanaken, 1962)
De leerlingen van de hel hebben niet alleen een vreemd en beestachtig uiterlijk, ze hebben ook nog eens belachelijke achternamen. Zo beginnen de leerlingen steeds meer en meer hun menselijke trekken kwijt te raken. Nog een dierlijke observatie maakt De Bree tijdens een klasse-fietstocht door West-Vlaanderen:
‘En een der dreigendste typen had weer Punselie, gelaatsbeenderen verlengd tot een wolfskaak met zaagtanden waarover zwartige lippen krulden in een stillen grimlach die bang kon maken. Kennelijk een degeneré deze.' (Vanaken, 1962)
Bordewijk beschrijft de personages op deze manier, om het ‘temmen’ van De Bree te rechtvaardigen. Door elke leerling als een dier of beest te zien, is het wel nodig om ze met een stalen tucht te behandelen. Ze moeten klaargestoomd worden voor de maatschappij.
De natuur komt dus veel voor in Bint. In het ijzeren schoolregime komt natuurlijke selectie voor, De Bree maakt gebruik van ecologische principes om zijn leerlingen te temmen en de leerlingen worden constant vergeleken met beesten. Gelukkig is dit boek fictief en komen zulke gebeurtenissen absoluut niet voor in het hedendaagse schoolsysteem.
Beldman, G. (2026, July 15). Operante Conditionering – Vroeger en Nu – CGT. Beldman Opleidingen. https://beldmanopleidingen.nl/kennisbank/operante-conditionering-vroeger-en-nu-cgt/
Jansen, M. (2011). Hoeveel stoeien en knuffelen koeien? https://studenttheses.uu.nl/items/1523363c-aa50-41c2-94df-cdf8f2b57386
Vanaken, R. (1962). F. Bordewijk: Bint.
Wat is evolutie? | Evolutietheorie. (n.d.). https://www.evolutietheorie.ugent.be/over-evolutietheorie/faq/wat-evolutie