De vele gezichten van religie


Vergelijkend essay tussen 'Het huis van de moskee'  en 'Dit zijn de namen'  door leerling vwo 5 van het Eligant Lyceum


Religie speelt een centrale rol in zowel Het huis van de moskee van Kader Abdolah (1954), een man die als 34-jarige, politieke vluchteling uit Iran in Nederland terecht kwam, zich de taal eigen moest maken, en al snel uitgroeide tot een van de meest gelezen Nederlandse auteurs (Dynarowicz, z.d.), als  Dit zijn de namen van Tommy Wieringa (1967), een van de meest toonaangevende Nederlandse schrijvers van deze tijd, met zijn boek Joe Speedboot, een energieke coming-of-ageroman die uitgroeide tot een moderne klassieker. Wieringa’s romans worden geroemd om hun krachtige stijl en gelaagde thematiek (Tommy Wieringa, z.d.). Toch vervult religie in beide romans een andere functie. Waar Abdolah religie laat zien als een vast onderdeel van het dagelijks leven en de samenleving, laat Wieringa religie juist zien als iets waar mensen naar op zoek gaan wanneer zij alles zijn kwijtgeraakt.


In beide romans bepaalt religie het leven van de hoofdpersonen, maar op een andere manier. In Het huis van de moskee groeien de personages op in een samenleving waarin de islam vanzelfsprekend aanwezig is. De moskee vormt het middelpunt van het sociale leven en Aga Djan ziet het als zijn taak om de religieuze tradities van zijn familie en gemeenschap te bewaken. Religie bepaalt niet alleen hoe mensen leven, maar ook hoe zij omgaan met familie, huwelijk en moraal. Een goed voorbeeld hiervan is hoe mensen in Iran naar de opkomst van de ‘Amerikaanse’ televisie keken:


‘We moeten naar de televisie kijken?’ reageerde Aga Djan verbaasd. ‘De imam van de stad moet naar de televisie kijken? Begrijp je wat je zegt jongen? Al sinds de opkomst van de televisie hebben we vanaf de preekstoel mensen ervoor gewaarschuwd. Om niet naar die corrupte sjah te luisteren, om niet naar die Amerikanen te kijken. En nu suggereer je dat wij naar de vlag van de Amerikanenmoeten staren. Je weet dat we tegen de sjah zijn en tegen de Amerikanen die de sjah terug hebben gebracht. We hoeven het gezicht van de sjah en de vlag van de Amerikanen niet in ons huis te halen. Waarom wil je ons voor de televisie zetten? De televisie is het machtsmiddel van de Amerikanen, ze bestrijden onze cultuur en ons geloof met die toestellen! Ik heb zoveel rare dingen over de televisie gehoord, vieze programma’s die de geest ziek maken.’ (p. 21)

           

In Dit zijn de namen is religie aanvankelijk juist afwezig. Pontus Beg leidt een leeg en uitzichtloos bestaan totdat hij ontdekt dat zijn moeder mogelijk Joods was. Vanaf dat moment gaat hij op zoek naar zijn religieuze identiteit: “Hij twijfelde niet meer. Hij zou een Jood zijn – nee, hij was er een. Dat was zijn plaats in de wereld, deel van een volk, van een gemeenschap.” (p. 141). Ook de vluchtelingen ontwikkelen tijdens hun barre tocht steeds meer behoefte aan geloof en symboliek. Zij zien in het hoofd van de Ethiopiër zelfs een soort relikwie dat hen de weg kan wijzen. Hieruit blijkt dat religie in beide romans richting geeft aan de personages, maar vanuit een ander vertrekpunt. Bij Abdolah is geloof een traditie waarmee mensen opgroeien, terwijl het bij Wieringa ontstaat uit een verlangen naar identiteit en betekenis.


Naast invloed op individuen speelt religie in beide romans ook een rol in machtsverhoudingen. In Het huis van de moskee verandert de islam tijdens de Iraanse Revolutie van een verbindende kracht in een politiek instrument. Nadat ayatollah Khomeini aan de macht komt, gebruiken Galgal en andere geestelijken religie om tegenstanders te vervolgen en executies te rechtvaardigen. Daardoor verandert religie van een bron van gemeenschap in een middel om angst en gehoorzaamheid af te dwingen: ‘ ‘U staat tegenover de rechter van Allah,’ zei Galgal met een ijzige stem, ‘uw dossier is behandeld, u krijgt de doodstraf. Is er nog iets wat u ons wil vertellen?’’ De Islamitische Revolutie veranderde religie in een politiek wapen dat werd gebruikt om gehoorzaamheid af te dwingen en oppositie te onderdrukken. In Dit zijn de namen speelt religie veel minder een politieke rol, maar ook daar geeft geloof gezag. Binnen de groep vluchtelingen ontstaan religieuze overtuigingen die bepalen hoe de groep handelt. Daarnaast verandert Pontus Beg door zijn kennismaking met het jodendom. Waar hij eerst vooral een harde politiecommissaris is die zonder medelijden meewerkt aan een corrupt systeem, wordt hij gaandeweg menselijker en toont hij medeleven met de vluchtelingen. Beide auteurs laten dus zien dat religie macht kan geven. Abdolah benadrukt vooral de gevaren van religie als politiek middel, terwijl Wieringa laat zien dat religie vooral invloed uitoefent op persoonlijke keuzes en gedrag.


Ten slotte rijst de vraag of religie de personages uiteindelijk helpt of juist verdeelt In Het huis van de moskee is het antwoord dubbel. Religie biedt Aga Djan houvast; ondanks alle oorlogen, revoluties en persoonlijke verliezen blijft hij trouw aan zijn geloof. Zelfs aan het einde van de roman weigert hij wijn te drinken, omdat dit tegen de islamitische regels ingaat. Tegelijkertijd zorgt religie voor grote verdeeldheid. Families vallen uiteen, vrienden komen tegenover elkaar te staan en fanatisme kost vele mensen het leven. Ook in Dit zijn de namen biedt religie hoop, maar op een andere manier. Pontus Beg besluit de jongen, die hij Mozes noemt, een toekomst te geven door hem als Jood te laten registreren. Religie wordt daarmee geen oorzaak van conflict, maar een middel om een nieuw leven mogelijk te maken:


Hij voelde zich verlegen als een schooljongen. Hij zei: ‘Ik zou je vader moeten zijn. Niet je echte natuurlijk, alleen maar op papier. Want jij bent geen jood en ik ben geen vader. Dat zouden we dan allebei moeten worden. Het kan. Het is te regelen, bedoel ik. Administratief. Dat je afstamt van Joodse ouders. Mijn rabbijn is een wijs man, hij begrijpt de wereld. Dat krijgen we wel voor elkaar, de administratieve kant. Je bent al een eerder op papier ontsnapt.’ (p. 301)


Ondanks de verschillen eindigen beide romans dus met een vorm van hoop. Bij Abdolah blijft het geloof bestaan ondanks alle ellende, terwijl Wieringa laat zien dat religie mensen een nieuw begin kan geven wanneer zij alles verloren hebben.


Beide romans tonen dat religie mensen diep beïnvloedt, maar leggen andere accenten. Abdolah laat zien hoe religie een samenleving kan verbinden, maar ook kan worden misbruikt als politiek machtsmiddel. Wieringa beschrijft religie juist als een persoonlijke zoektocht naar identiteit, hoop en menselijkheid. Daarmee maken beide auteurs duidelijk dat religie niet alleen een geloof is, maar vooral een kracht die het leven van mensen vorm kan geven. Of religie uiteindelijk verbindt of verdeelt, hangt volgens beide romans vooral af van de manier waarop mensen haar gebruiken.


Bronnen:

Dynarowicz, E. (z.d.). Kader Abdolah. Literatuurgeschiedenis. https://www.literatuurgeschiedenis.org/schrijvers/kader-abdolah

Tommy Wieringa. (z.d.). Boekenbalie. https://boekenbalie.nl/Auteurs/Tommy-Wieringa/

Kader Abdolah, Het huis van de moskee. (2017). De Geus.

Tommy Wieringa. (2012). Dit zijn de namen. Bezige Bij b.v., Uitgeverij De.