Stilstaan bij beweging
Bespreking van 'Wolkenspiegels' van Hans van Pinxteren

Wie naar de wolken kijkt, kijkt in de spiegel. Langzaam schuifelen we door het leven, van moment naar moment, zo geleidelijk dat we na een poosje verbaasd constateren dat het licht is geworden, of juist donker. In Wolkenspiegels heeft Hans van Pinxteren (1943) zestig jaar dichterschap gebundeld. Opvallend is hoezeer de bundel samenhang vertoont. Zijn poëzie is net als de wolken: de regels en betekenissen verschuiven, soms minimaal, vluchtig en ijl, alsof de essentie onbevattelijk is en precies dat kenschetst het wezen van wolken.
Het is interessant om te lezen hoe Van Pinxteren zijn werk als vertaler en als dichter ziet als twee zijden van dezelfde medaille. Al vijfentwintig jaar geleden schreef hij in Nieuw Letterkundig Magazijn dat hij het vertalen van een literair werk ziet als een intensieve reis. Niets in het leven vindt hij zo spannend als reizen. Je ontdekt een onbekend landschap, probeert je te verplaatsen in de geschiedenis en cultuur ervan. Hij vertaalde o.a. Balzac, Flaubert en Rimbaud. De Franse taal heeft een ander ritme dan de Nederlandse en toch heeft Van Pinxteren juist gezocht naar de vertaling van dat ritme. Daarvoor heeft hij zich verdiept in de achtergrond van de auteurs, in hun leven, in de ontvangst van hun werk, maar ook in de schrijvers die door deze Franse auteurs zijn geïnspireerd, om te onderzoeken welke elementen uit die oorspronkelijke teksten en op welke manier die bij Nederlandse auteurs zijn terechtgekomen.
Reizen is steeds meer ook zijn manier van dichten geworden: poëzie als een reis, niet als een bestemming. Deze subtiele, onophoudelijke beweging lijkt de essentie van zijn poëzie:
Je gelaat open gelaten
Hoe door en door ik je verloor
leert mij het waaien om de hoek
van het huis
spreekt uit het draaien van de deur
op zijn scharnieren
krakend in de najaarswind
als een vergeefs gebaar in deze kamer
die je zo lang geleden al verliet
hoe ik mij keer op keer verdiep
in het gesprek met jou, laat
weten, laat steeds opnieuw mij weten
wie het stof afneemt
terwijl ik telkens weer op zoek naar jou
in spiegelende winkelruiten mijn trekken
harder dan mijzelf zie worden
(net niet echt mijn gezicht)
sla ik de hoek om naar een oud verlangen
waar mijn aandacht zich
geen beelden maakt, maar
opgaat in aller aandacht
om, vallend in een schaduw over de blinde
muur, te mogen zien hoe losjes daar
naar alle kanten golft en waait je haar
Hier zie je dat niet alleen de regels door elkaar heen verschuiven als een wolkenmassa, maar dat ook de tijden van toen en nu in elkaar schuiven. De herinnering aan het golvende haar van degene die hij heeft verloren, is net zo aanwezig hier als het draaien van de deur op zijn scharnieren. Behalve dat deze twee elementen door de tijd heen aan elkaar worden verbonden, zijn ze ook nog eens beide in beweging. Daarmee legt Van Pinxteren iets wezenlijks van het leven bloot: het ongrijpbare van tijd en ruimte op het moment dat we de ander missen en tegelijkertijd zijn of haar aanwezigheid in de herinnering ervaren. Daar schuilt ook haast iets bovennatuurlijks of symbolistisch in, zoals in Rimbauds poëzie.
Verspreid over de bundel vind je gedichten die, net als dat hierboven, zowel in inhoud als in opmaak beweging verbeelden. Maar ook de wat kleinere, compacte gedichten staan zelden stil. Je ziet invloed uit de oosterse poëzie, waarin vaak in miniaturen (zoals de haiku) momenten worden gevangen, zoals in ‘De vaart naar cilacap’:
In de prauw
op het kanaal
langs het mangrovebos
pareert een visser
met strooien hoed
de zon
over het water
ketst zijn stem
als zeilsteen
Het gedicht beschrijft paradoxaal een moment dat nooit zo lang kan duren als dit gedicht op papier. Toch hoor je bijna tijdens het lezen de echo van het ketsen van de stem over het water. Een zeilsteen is van nature magnetisch. De kracht waarmee magneten kunnen ketsen, is bijzonder sterk. Door het weglaten van al het overtollige ontstaat er een hoge concentratie aan betekenis. Net als oosterse dichters weet Van Pinxteren in enkele woorden een hele wereld op te roepen, waarin al je zintuigen worden aangesproken: de sfeer van het tropische, dichtbegroeide bos, het licht en de warmte van de zon, de stem van de visser over het water.
In verschillende gedichten is sprake van minimale verschuivingen van woorden en regels, waardoor betekenissen stapelen en uiteindelijk net zo wonderlijk samenpakken als dichte bewolking. Het lijkt zinsbegoocheling, omdat je door de wolk heen kunt grijpen en deze toch als zwaar kunt ervaren. Zo bewaart de ik in ‘Het mysterie’ een geheim, terwijl hij hardop over pleinen roept: ‘een geheim, ík, een geheim’. Niemand vraagt hem iets. Kennelijk is niemand benieuwd naar het geheim. Is niemand geïnteresseerd is de ik? Is dit hoe wij leven: we schreeuwen om de aandacht te trekken, maar niemand wil ons kennen? Het gedicht eindigt dubbelzinnig met: ‘ik heb het behouden / ik heb het voor mijzelf gehouden’. De mens blijft in alle eenzaamheid ook voor zichzelf een mysterie.
Wolkenspiegels is een prachtige stapeling van aforismen en sfeertekeningen. De bundel lezen is net zoals reizen een zintuigelijk avontuur van onophoudelijke nieuwe indrukken, waardoor je ook zelf langzaam aan verschuift in steeds een nieuwe versie van jezelf, die ook een echo blijft van de oude.
Dietske Geerlings
Hans van Pinxteren – Wolkenspiegels. Uitgeverij Vleugels, Bleiswijk. 216 blz. €26,90.