Niets nieuws onder de zon

Mannen in de zon klinkt bijna als een heerlijk zomers vakantietafereel, maar deze roman van de Palestijnse Ghassan Kanafani beschrijft een gruwelijk drama in de woestijn tussen Irak en Koeweit. Drie Palestijnse mannen zitten in een lege watertank in een vrachtwagen, in de hoop dat ze de ellende in de vluchtelingenkampen kunnen ontvluchten om in Koeweit een beter leven op te bouwen. De tragiek voor de lezer zit echter niet alleen in dit vreselijke drama, maar ook in het besef dat deze roman al in 1963 is geschreven en dat er sindsdien helemaal niets veranderd is.
Het verhaal is een klassieker uit de Palestijnse canon. Kanafani (1936-1972) werd geboren in Akka, vluchtte in 1948 met zijn familie naar Libanon, vestigde zich uiteindelijk in Syrië. Tot zijn dood was hij woordvoerder van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina.
De drie mannen, Aboe Kais, As’ad en Marwaan zijn drie personages die zo uit een verhaal van Steinbeck hadden kunnen komen. Kanafani schildert hen in al hun eenvoud, hoop en ellende:
‘Aboe Kais lag voorover, met zijn borst op de vochtige, kloppende aarde. Het waren de slagen van een vermoeid hart die natrilden tussen de zandkorrels en in de cellen van zijn lichaam drongen. Sinds hij zich daar voor het eerst op de grond had laten vallen voelde hij steeds weer die siddering, alsof het hart van de aarde zich uit de diepste krochten van de hel een weg naar het licht probeerde te banen.’
Het is voor de lezer volstrekt duidelijk dat er een heleboel mannen rondlopen die geld willen verdienen aan deze drie arme vluchtelingen, die hun laatste centen bij elkaar schrapen om weg te kunnen komen. De mannen zijn gelukkig niet gek en weten aardig uit de handen van mensensmokkelaars te blijven. Er lijkt echt een strookje licht aan de horizon te verschijnen als ze Aboe al-Khaizoeraan tegen het lijf lopen. Hij is heel redelijk en komt met een plan waar weliswaar risico’s aan kleven, maar hij heeft er goed over nagedacht en hoeft het geld ook pas als ze op de plaats van bestemming aankomen. Het ziet ernaar uit dat hij de mannen echt wil helpen.
Hij moet een paar grensposten veilig zien te passeren en vlak voor én na die grensposten moeten de drie zich verstoppen in de lege watertank, bij elkaar hooguit tien minuten. Verder kunnen ze gewoon in de vrachtwagen meereizen. Ze mogen eerst even oefenen. Je ziet ze elkaar aankijken. Het is flink afzien, maar het moet te doen zijn.
En zo weet Kanafani de tragedie meesterlijk neer te zetten, want het is veel te simpel om te denken in goed en kwaad. Aboe al-Khaizoeraan is geen slechterik, hij wil de mannen graag veilig naar Koeweit brengen en de lezer leeft net zo goed mee met hem:
‘Het zweet brak Aboe al-Kaizoeraan uit en liep over zijn gezicht in kleine stroompjes die bij zijn kin bijeenkwamen. De zon brandde genadeloos. De lucht was verzengend en zat vol stof, fijn als meel. ‘Zulk afschuwelijk weer heb ik nog nooit meegemaakt,’ zei hij tegen zichzelf. Hij maakte de knoopjes van zijn overhemd los en liet zijn vingers door zijn vochtige, dikke borsthaar gaan. De weg was minder hobbelig dan eerst. Omdat de truck niet meer zo hevig schokte voerde hij de snelheid op. De wijzer schoot omhoog, als een witte hond die al die tijd aan de ketting heeft gelegen.’
Zo voel je niet alleen de hitte in het overhemd dat losgeknoopt wordt, terwijl je weet dat er voor de drie mannen in de watertank niet zo’n simpele oplossing is, maar je beseft ook dat deze man zijn best doet om behoedzaam over de hobbels te rijden en toch snelheid te maken waar het kan. Bovenaf voel je de dreiging in het beeld van de witte hond die te lang aan de ketting heeft gelegen.
Juist door deze menselijkheid groeit de tragedie uit tot een haast onverdraaglijk drama. Je weet wat er gaat gebeuren, maar je houdt je vast aan de laatste strohalm die Kanafani liefdevol in jouw handen heeft gedrukt. Ontredderd blijf je achter met de echo van Prediker in je hoofd: er is niets, er is verdomme helemaal niets nieuws onder de zon.
Ghassan Kanafani – Mannen in de zon. Vertaald door Djûke Poppinga. Jurgen Maas, Amsterdam. 112 blz. €19,90.