H A L M E N

D i e t s k e   G e e r l i n g s

  • Titel dia

    Schrijf uw onderschrift hier
    Knop
  • Titel dia

    Schrijf uw onderschrift hier
    Knop


Paperback, 192 pagina's.

Omslag Dietske Geerlings.

Prijs €24,50.


Lou, die zich net weer heeft uitgeschreven bij haar studie Nederlandse taal- en letterkunde, loopt op straat een bijna honderdjarige man tegen het lijf. Het blijkt een bekende kunstenaar te zijn. Samen gaan ze op zoek naar een verloren gewaand schilderij, het doek dat hem het dierbaarst is van al zijn werken.



Halmen verwijst naar buigende grashalmen, maar ook naar wat Falk doet: malen in gedachten. Herinneringen keren terug, nooit identiek, altijd in beweging. Tegelijk klinkt het Duitse mahlen mee: schilderen, pigment wrijven, vorm zoeken.


Zoals halmen buigen zonder te breken, nodigt Geerlings de lezer uit om te blijven kijken. Wie met haar meebeweegt, voelt de ontroering van wat voorbij is en toch aanwezig blijft. Lou zegt: “Missen is een raadsel dat zich niets aantrekt van de tijd.”


Dietske Geerlings beheerst het delicate evenwicht tussen observatie en poëzie, tussen jong en oud, tussen zien en voelen. De spanningsboog bouwt zich op tot een plot dat ontroert.


Dit is literatuur die aandacht vraagt en rijkelijk beloont: ontroering, verwondering en diepe bewondering voor het vakmanschap van Geerlings. Haar personages zijn menselijk, kwetsbaar en levendig. Alles beweegt, alles telt, en wie zich laat meevoeren, ervaart de zachte, blijvende ontroering die Halmen zo uitzonderlijk maakt.


JAN STOEL   BOEKENKRANT


- f r a g m e n t -


Halverwege de trap staat hij stil. Boven de leuning ontvouwt zich op de muur een schaduwspel van halmen. Hij begrijpt het niet, draait zich om, kijkt naar waar het licht vandaan komt en waar de halmen zich in werkelijkheid bevinden – het hoge smalle raam naast de deur – tot hij beseft dat de ontroering niet in de verklaring ligt, maar in de herinnering die het oproept. In een fractie van een seconde doemt het schilderij op en verdwijnt weer. Hij kan er niet bij. Hoe meer hij zijn best doet, hoe verder hij wegdrijft van het beeld en hij voelt dat hij het moet zien, dat hij het terug wil, de streek op het doek, terwijl hij geen idee heeft waar het gebleven is. In zijn hand voelt hij nog het penseel en de lichte aanraking met het linnen.
Beneden in de keuken hoort hij Tyra. Koffie. Hij verzet zich tegen de geluiden, tegen de geur en sluit zijn ogen, balt zijn vuisten. Hij wil het schilderij. De halmen. De deur naar de gang zwiept open. Nog steeds staat hij besluiteloos op de trap. Als hij Tyra’s stappen hoort, loopt hij tegen zijn zin naar boven. Hij weet niet meer wat hij daar wilde doen. Hij doet de deur achter zich dicht, hoort hoe ze de trap op rent, zijn kamer voorbij, nog een trap op. Als ze even later weer naar beneden rent, tikt ze op zijn deur. ‘Er is nog koffie, ik ben naar de brug.’ De brug. Ze maakt al jarenlang foto’s bij de brug. Wat ze fotografeert, weet hij niet. Ze heeft het verteld, maar hij heeft niet geluisterd, of heeft het niet onthouden. Hij knikt voor de koffie, beseft dan dat ze dat niet kan zien. De buitendeur klapt al dicht. Die energie van haar, die heeft ze van haar moeder.

Mahlen, denkt hij, mahlen!