'Eindeloos en echoloos in de duistere diepte van het heelal'


Bespreking van 'Lasso om de maan' van Agnar Mykle



 

Lasso om de maan van Mykle Agnar is een indrukwekkende Noorse klassieker uit 1954, waar je na het lezen voorlopig nog niet over uitgedacht bent. Dat heeft te maken met de hoeveelheid ingangen die het boek heeft: het autobiografische element naast de universele thematiek van een familieroman, een opgroeiende jongeman, een beginnende docent en componist in de dop, de zoektocht naar de verloren jeugd, het bijzondere tijdsbeeld met daarin het ongepolijste van nogal vrouwonvriendelijke bespiegelingen, de mythische gelaagdheid, psychologische diepgang, maar bovenal de bijzonder krachtige en veelzijdige stijl, waarbij ook de vertaler, Geri de Boer, alle lof verdient. Het boek is, kortom, van een uitzonderlijke rijkdom en hartveroverende schoonheid.

 

Het boek begint met: ‘De lange, steltloperachtige man die op het punt stond op de treetjes van de slaapwagon te stappen, ging een stukje opzij en maakte plaats voor een klein groepje mensen dat de trein uitkwam, de treetjes af. Hij zette zijn koffers even op het met sneeuw bedekte perron en veegde zijn voorhoofd af. Hij had gerend.’ Vanaf dit eerste moment dacht ik aan mijn colleges over het modernisme, waarbij auteurs metonymisch en metaforisch schrijven combineren, dat wil zeggen: je ziet de personages zo voor je, hun leven is realistisch, geloofwaardig, maar dat is slechts de oppervlakte van de beschrijving. Tegelijkertijd bevat deze namelijk elementen die op een subtiele manier verbindingen leggen met universele motieven en onze diepste angsten. Zo is de man niet alleen lang, maar ook ‘steltloperachtig’. Dat beeld zet zich vast in je hoofd met allerlei associaties: de hoogte, de afstand, het fragiele, wankele, de scherpe snavel, de dood. Hij staat op het punt een trein in te stappen, een slaapwagon. De trein is natuurlijk gewoon maar een trein, maar ook een krachtig beeld voor het leven, de reis, het avontuur, en – gecombineerd met de slaap – het onderbewuste, de droom, de angst, de dood. Koffers zijn simpelweg koffers, maar ook dragers van herinneringen, de doorreis, de essentie, het noodzakelijke. En dan is er het perron, de plek om even stil te staan, te wachten. Het is met sneeuw bedekt: de kou, de verborgen laag eronder, isolatie, eenzaamheid. De man heeft gerend: geleefd, zonder veel ruimte voor reflectie, tot nu dan, het moment waarop hij stilstaat. Deze manier van schrijven herken je in het werk van Virginia Woolf, Marcel Proust, James Joyce, Thomas Mann, maar ook Bordewijk, Vestdijk, Van Schendel, Carry van Bruggen, Marga Minco, Anna Blaman, Reve, Hermans, en nog veel meer.

 

Juist door deze bijzondere gelaagdheid kun je bijna niet anders dan je overgeven aan het grote aantal bladzijden. Het gaat tijd kosten, concentratie, maar nog veel meer dan dat gaat het boek je iets opleveren: vanuit de diepte zullen je angsten je aanstaren, je zult overmand worden door emoties, ergernis en huiveringen zullen je bekruipen, maar uiteindelijk ga je die catharsis ervaren en stap je gelouterd uit dit zwaargewicht.

 

Er is geen moment geweest waarop ik de behoefte voelde om door te gaan bladeren, zoals ik dat af en toe wél had bij bijvoorbeeld De toverberg. Dit boek grijpt je bij de strot doordat de gebeurtenissen niet feitelijk blijven, maar steeds verbonden worden met diepe emoties die schuren en toch herkenbaar zijn. De hoofdpersoon heeft een compositie geschreven, de rapsodie Lasso om de maan, waarmee hij een schuld heeft willen aflossen. Natuurlijk wil je weten waarom hij de rapsodie zo heeft genoemd en waaruit zijn schuld bestaat, maar je valt tijdens het lezen meteen al samen met deze man in de slaapwagon, door de cadans van de wielen over het spoor: ‘Fieketa fokketa. Foeketetoe, foeketetoe, foeketetoe. Tot diep in de nacht lag hij wakker en probeerde hij het verband, de diepere zin te vinden.’ Een rapsodie is een vrije compositie met veel contrasten in stijl en stemming, vaak verbonden met volksmelodieën, die uiteindelijk toch een eenheid vormt. De roman valt daarom op wonderlijke wijze samen met deze compositie, Lasso om de maan.

 

Na het eerste deel in de slaapwagon ga je terug in de tijd, eerst twaalf jaar, het moment waarop Ask Burlefot zijn familie, bestaand uit vader, moeder en jongere broer Balder, achterlaat en de boot neemt om als docent les te gaan geven in een ander deel van Noorwegen. Daarna ga je verder terug, naar als hij nog thuis woont en een grondige weerzin opbouwt tegen zijn vader en moeder. Daarin doet de roman absoluut denken aan De avonden van Gerard Reve, omdat op de walging ook steeds de berusting volgt:

 

‘Ze waren de straat doorgelopen en hadden geen woord tegen elkaar gezegd. Vijf minuten hadden ze samen gelopen, vijf minuten hadden ze zij aan zij gewandeld, en er was een vreemde, wanhopige stilte in Ask gegroeid, steeds zwaarder en des te onverdraaglijker omdat hij vermoedde dat zijn vader hetzelfde beklemmende gevoel had, dezelfde behoefte om de stilte te verbreken en toenadering te zoeken, een gevoel dat tot een schreeuw werd die hij al lopend in zich meedroeg; en met een huivering die hij nooit zou vergeten, had hij gedacht: “Vader en ik hebben elkaar niets te zeggen.” Dat gevoel verlamde hem totaal, het scheelde niet veel of hij moest overgeven, en hij bereikte de halte waar zijn vader moest opstappen met een onbeschrijfelijk gevoel van pijnlijke opluchting. Ask zei gedag. Zijn vader wierp hem een koude, spottende, superieure blik toe en tikte met zijn wijsvinger tegen de klep van zijn uniformspet, en Ask dacht huiverend: die man huilt nooit.’

 

De verhouding tussen Ask en zijn vader krijgt nog meer gelaagdheid aan het einde van de roman, als Ask terugkeert naar de plaats waar hij is opgegroeid en daar zijn ouders weer vindt. In de tussentijd heb je ook als lezer een half leven achter de rug en voel je het gewicht van het weerzien. Niet alleen Asks band met zijn vader weet Mykle zo treffend vorm te geven, maar ook die met zijn moeder. Hij schept haar als een vrouw van vlees en bloed, maar ze krijgt mythische proporties door haar contrasterende karakter, bemoeizucht, afstotelijkheid, en toch ook allesverzengende liefde voor haar zoons.

 

Daar blijft het niet bij, ook de rector van de school, de vrouwen die hij ontmoet en met wie hij een relatie krijgt, Mykle gaat tot op de bodem van hun karakters en hun onderlinge verhoudingen. De angstdromen die Ask heeft als hij moet gaan lesgeven, of een vrouw nadert, lijken, misschien niet in uiterlijk, maar wel in essentie verrassend veel op die van Frits van Egters uit De avonden. Overal voel je het gewicht van een totale onzekerheid, mislukking en schuld, alsof hij niet het recht heeft om te bestaan. Waar bestaat dan toch die verstikkende schuld uit, die zo tot wanhoop leidt? In deze roman word je dan niet gedreven naar de catharsis van de jaarwisseling, maar wel die van het moment van terugkeer naar zijn geboorteplek.

 

Speciale aandacht verdient Balder, de jongere broer, genoemd naar de god van het licht en de lente uit de Noordse mythologie. Deze honderduit vragende jonge broer, die zo aandoenlijk opkijkt tegen zijn grote broer en die steeds opnieuw met een snauw of knauw wordt weggeduwd, is in wezen Asks enige hoop, lichtpuntje in het leven, maar god, wat een tragiek gaat hierachter schuil. Je zou de maan willen vangen, dat hemellichaam dat in staat is de nacht enigszins een sprookjesachtige gloed te geven, maar een lasso – hoe vrij in de ruimte je daarmee ook kan zwaaien – kan uiteindelijk niet veel anders dan knellen en verstikken.

 

Niet zelden doet ook de stijl soms denken aan Reve, in de afwisseling van platvloersheid en verhevenheid. Je kunt weerzinwekkende beschrijvingen tegenkomen van lichaamsdelen, zoals – vergeef mij! – de fysieke toestand van de tenen van Asks moeder, maar ook: ‘Bitterkort zijn onze dagen. Eindeloos en echoloos is de duistere diepte van het heelal. Verlos onze zielen.’

 

Ten slotte is er de kwestie van vrouwonvriendelijke passages, net als het woord ‘neger’, die je wél in dit boek gaat tegenkomen. Dat kan niet meer, zo wordt ook in het nawoord van De Boer verantwoord, maar het is duidelijk dat dit boek komt uit een andere tijd, die we niet mooier moeten maken dan die was. Ook daarin schuilt een tragiek. Daarom is het zo mooi dat deze nieuwe uitgave het volledige manuscript bevat, ook de delen die door eerdere uitgevers geweigerd zijn, omdat het boek te dik zou zijn, of een aantal passages niet geschikt.

 

Lees, lees Lasso om de maan van Agnar Mykle en ga kopje onder in een wild avontuur van angst, weerzin, herkenning, genot, lust, woede, verdriet, wanhoop en wat al niet meer, gevat in een weergaloze stijl!

 

Agnar Mykle, Lasso om de maan. Vertaald door Geri de Boer. Uitgeverij Oevers. 688 blz. €37,50.